donderdag 26 november 2009

Een evenwichtigere verhoging van de AOW leeftijd

Volgens de kabinetsvoorstellen zal de AOW leeftijd in twee stappen verhoogd worden. Eerst in 2020 naar 66 jaar en daarna in 2025 naar 67 jaar. In mijn vorige post heb ik al aangegeven dat ik me niet kan voorstellen dat daarmee de toekomstige financiering van de AOW gewaarborgd zal zijn. Ik wil hier echter niet aan de orde stellen of de maatregelen wel voldoende zijn, maar de onrechtvaardigheid van de wijze waarop deze verhogingen tot stand komen.

Zoals het er nu naar uitziet zullen mensen die eind 2009 de leeftijd van 55 hebben bereikt volledig buiten schot blijven. Zij zullen in 2019, wanneer zij de leeftijd van 65 jaar bereiken, recht op een AOW uitkering krijgen. Voor diegenen die eind december nog geen 55 jaar oud zijn, maar wel de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt, is de situatie iets minder gunstig, daar zij vanaf 2020 pas op 66-jarige leeftijd recht krijgen op een AOW uitkering. Voor iedereen die jonger dan 50 is aan het eind van dit jaar zal gelden dat zij op 67-jarige leeftijd pas aanspraken zullen hebben op een AOW uitkering.

Het verbazingwekkende van deze voorstellen van de regering zit hem voor mij in het feit dat grote financiële verschillen gecreëerd worden, terwijl wij in dit land juist altijd enorm bezig zijn met correcties, toeslagen, kortingen en dergelijke om effecten van beleid te compenseren en ongewenste situaties te corrigeren. De regering gebruikt als argument dat een andere wijze van invoering tot hoge kosten zou leiden en ongewenst is, maar dit lijkt mij klinklare onzin. We hebben al zoveel complexiteit bij de uitvoering van allerlei wetten en regels, en dan zou juist bij deze regeling, waarbij de onrechtvaardigheid zo enorm is, een eenvoudig systeem moeten worden gehanteerd.

De onrechtvaardigheid op individuele basis is vrij simpel aan te geven door te vergelijken hoeveel AOW zal worden ontvangen in de periode van 5 jaar vanaf het behalen van de 65-jarige leeftijd. Iedereen die volledige AOW rechten heeft opgebouwd en die nu jonger is dan 50 jaar, zal in deze periode slechts 3 jaar recht hebben op een AOW uitkering. Bij een leeftijd ouder dan 50 jaar, maar jonger dan 55 jaar zal dit 4 jaar zijn en iedereen die eind dit jaar 55 jaar of ouder is zal voor deze periode gewoon, net als nu het geval is, 5 jaar recht hebben op een AOW uitkering. Door de simpele aanname te doen dat de contante waarde van toekomstige AOW aanspraken gelijk is aan de huidige AOW aanspraken, kunnen we zien hoe hoog de waarde is van de te ontvangen AOW in de 5 levensjaren vanaf een leeftijd van 65 jaar:



Een verschil in leeftijd van 5 jaar en 1 dag kan leiden tot een bruto inkomensverschil van ruim 24,000 Euro, terwijl een verschil van een dag kan leiden tot een verschil van ruim 12,000 Euro. Degene die immers op 31 december 1959 geboren is, zal vanaf 1 januari 2026 op 66-jarige leeftijd een AOW uitkering gaan krijgen, terwijl degene die een dag later op 1 januari 1961 geboren is, nog een jaar langer zal moeten wachten.
Zelfs als een disconteringsvoet wordt gehanteerd die hoger is dan de verwachte inflatiecorrectie van de uitkeringen zal het verschil nog duizenden Euro’s zijn tussen de verschillende leeftijdsgroepen.

De enige wijze om een zo eerlijk mogelijke verhoging van de AOW leeftijd door te voeren is naar mijn mening een geleidelijke verhoging, waarbij de pijn evenwichtig verdeeld wordt over de verschillende leeftijdsgroepen. Indien de overheid van mening is dat een 49-jarige 2 jaar langer door kan werken, lijkt het mij niet onrealistisch om te veronderstellen dat een 55-jarige ook wel tenminste enige maanden langer door zou kunnen werken.

Om de besparingen te behalen die de overheid voor ogen heeft zal bij een geleidelijke verhoging van de AOW leeftijd de aanvang van de verhoging eerder moeten beginnen dan 2020. Op basis van de gegevens van het CBS kan een alternatieve verhoging van de AOW leeftijd bepaald worden die ongeveer kosten neutraal is ten opzichte van de overheidsplannen. De aanname is hierbij dat de bevolkingsdemografische voorspellingen van het CBS als uitgangspunt kunnen worden genomen.

Voor de periode tot 2050 zullen de kabinetsplannen leiden tot een besparing van ongeveer 12 miljoen potentiële AOW jaren ten opzichte van de huidige AOW regeling. Op basis van een jaarlijkse besparing van 4 miljard Euro in 2025, zou dit een totale besparing zijn van ruim 100 miljard Euro op basis van het huidige prijspeil. Een vergelijkbare besparing zou ook kunnen worden bereikt door vanaf 2011 de AOW leeftijd elk jaar met 1 maand te verhogen tot in 2034 een AOW leeftijd van 67 jaar wordt bereikt. Dit betekent dat een 63-jarige 1 maand langer door zou mogen werken, terwijl mensen van 40 jaar en jonger pas te maken krijgen met een AOW leeftijd van 67 jaar. Volgens dit schema worden ongeveer evenveel AOW maanden bespaard als in het kabinetsplan, en zou dus de besparing vergelijkbaar moeten zijn. In de volgende grafiek worden de verschillen getoond.



Een groot voordeel is nu dat het gevoel van onrecht voor een 49-jarige of 54-jarige nu vele malen kleiner is. Het verschil met iemand die maximaal een jaar jonger of ouder is, zal nu slechts 1 maand AOW zijn, terwijl het extreme verschil van 24,000 Euro zoals eerder hierboven was beschreven, gereduceerd is tot maximaal 6 maanden.

1 comments:

Anoniem zei

wat ik zocht, bedankt