De door de overheid voorgenomen verhoging van de AOW leeftijd van 65 naar 67 heeft tot vele discussies geleid, waarbij het er vooralsnog op lijkt dat de voorstanders van verhoging in de meerderheid zijn, althans in de tweede kamer. Tegenstanders van de verhoging zijn juist van mening dat er een maatschappelijke meerderheid tegen de verhoging van de AOW leeftijd is. Ook de wijze waarop de verhoging van de pensioenleeftijd volgens de regering tot stand zou moeten komen kan op veel kritiek rekenen.
Om een oordeel te vormen over een al dan niet noodzakelijke verhoging van de AOW leeftijd lijkt het nuttig om te beginnen bij de demografische ontwikkeling van de bevolking in Nederland. Op de website van het CBS zijn hiervoor uitstekende gegevens te vinden, waarmee verschillende situaties goed gesimuleerd kunnen worden. Op de volgende grafiek is te zien hoe volgens het CBS de bevolking van Nederland zich de komende 40 jaar zal ontwikkelen:
Duidelijk is te zien dat de groep jongeren van 0 tot 20 redelijk stabiel blijft met een geringe afname van ongeveer 3.9 miljoen inwoners in 2010 naar 3.7 miljoen inwoners in 2050. De groep van 20 tot 65, die veelal als de potentiële beroepsbevolking wordt gezien neemt duidelijk af, waarbij slechts rond 2040 enige stabilisering plaatsvindt. Dan heeft inmiddels een afname plaatsgevonden van 10.3 miljoen naar 9.4 miljoen potentiële arbeidskrachten. Bij de groep vanaf 65 is een sterke toename te zien van nu 2.5 miljoen naar 4.5 miljoen in 2040, waarna weer een stabilisering zal plaatsvinden.
In 2010 zullen er per oudere vanaf 65 jaar ongeveer 4 mensen zijn in de leeftijd 20 tot 64 jaar. De term die daarvoor gebruikt wordt is de zogenaamde grijze druk, de verhouding tussen de 65-plussers en de potentiële beroepsbevolking. Met de verhouding van 1 op 4 bedraagt deze nu dus ongeveer 25%. In de grafiek kunnen we zien dat, bij een onveranderde situatie met betrekking tot de AOW leeftijd, de grijze druk een sterke stijging laat zien tot 2040 wanneer de grijze druk het hoogst zal zijn met een waarde van ongeveer 49%. Dit betekent dat op dat moment er voor elke 65-plusser nog slechts twee mensen in de leeftijd van 20 tot 64 zijn. Bij de invoering van de AOW in 1957, waren er in de groep van 20-64 jarigen nog 6 personen per 65-plusser. Het zal duidelijk zijn dat bij een dergelijke verandering in de verhoudingen er spanning ontstaat in een financieringswijze van de AOW via een omslagstelsel.
Bij de huidige kabinetsvoorstellen zal een eerste wijziging in de AOW leeftijd ingaan in 2020. Op dat moment zal de grijze druk al zijn toegenomen tot bijna 35%. Concreet betekent dit dat er dan al bijna 800,000 meer 65-plussers zijn bij een potentiële beroepsbevolking die dan met 200,000 geslonken zal zijn. Indien alle 65 jarigen dan toch in het arbeidproces zouden blijven, zou het tekort in de beroepsbevolking gecompenseerd kunnen worden, maar zouden er toch nog steeds 600,000 meer mensen zijn die aanspraak maken op een AOW uitkering dan nu het geval is.
Op dit moment kan de AOW al niet meer via een omslagstelsel gefinancierd worden en is een bijdrage uit de algemene middelen noodzakelijk. Bij gelijkblijvende premie afdrachten zal de benodigde bijdrage ter financiering van de AOW elk jaar groter worden, hetgeen naar mijn mening tot een onhoudbare financiële situatie zal leiden.
Een interessante manier om naar de problematiek te kijken is door te stellen dat de huidige financiële situatie van de AOW gehandhaafd dient te worden en dat de grijze druk niet boven de 25% uit mag komen. Dit zou betekenen dat van de gehele bevolking van 20 jaar en ouder, 20% AOW gerechtigd zou kunnen zijn, en dat dit gerealiseerd dient te worden door een gestage stijging van de AOW leeftijd . De volgende grafiek laat zien, hoe de AOW leeftijd jaarlijks verhoogd dient te worden om aan een maximale grijze druk van 25% te voldoen:
Het is duidelijk te zien dat de verhoging van de AOW leeftijd in een dergelijk scenario snel dient te stijgen. In het jaar 2020, wanneer de overheid de AOW leeftijd wil verhogen naar 66, zou volgens dit scenario de AOW leeftijd al bijna 69 jaar moeten zijn, terwijl in 2025, wanneer volgens de overheidsplannen de AOW leeftijd zou stijgen naar 67 jaar, deze volgens dit scenario al ruim 70 jaar zou dienen te zijn. In 2050 zou het recht op AOW pas kunnen beginnen bij een leeftijd van 73.5 jaar. De voorgenomen verhogingen door de overheid van de AOW leeftijd lijken welhaast in het niet te vallen bij de verhogingen van de AOW leeftijd die nodig zijn om de betaalbaarheid van de AOW op hetzelfde niveau te houden als nu.
Een snel begin van de verhoging van de AOW leeftijd lijkt logisch te zijn, waarbij een geleidelijke jaarlijkse verhoging het beste tred houdt met de noodzakelijke verhogingen. Uitstel van de verhoging van de AOW naar 2020 en verder, betekent alleen dat de rekening meer naar de jonge generaties zal worden verschoven en dat de betaalbaarheid van de AOW alleen maar meer in de verdrukking zal komen.
dinsdag 24 november 2009
Bevolkingsdemografie, grijze druk en de AOW
Posted by
Adrianus
at
19:37
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
2 comments:
Bedankt voor een interessante blog
Een reactie plaatsen