zondag 3 februari 2008

Nederlanders moeten pensioenbewuster worden

Op 30 Januari is een SER-rapport met bovenstaande titel aangeboden aan minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In het rapport staat dat Nederlanders te weinig nadenken over hun pensioen, wat onverstandig zou zijn, omdat je er niet zonder meer van uit kunt gaan dat het wel goed zit met je pensioen. Het zou ook van groot belang zijn dat pensioeninformatie makkelijker te begrijpen is, terwijl nu de informatie over pensioen vaak erg ingewikkeld is.

Die informatie is naar mijn mening ingewikkeld, omdat het hele pensioen systeem ingewikkeld in elkaar zit, waarbij er ook nog eens aan aantal varianten zijn die allemaal verschillende uitkomsten geven over het uiteindelijk te verkrijgen pensioen . Aannames met betrekking tot de uiteindelijke persoonlijke situatie, de fiscale behandeling, het rendement, de inflatie en de levensverwachting spelen allemaal een rol

Ook constateer ik dat ondernemingen steeds minder het risico van het pensioen willen dragen, en dat de overheid steeds meer knel komt te zitten met de betaalbaarheid van de AOW. In de huidige maatschappij is het moeilijker voor zowel overheid als ondernemingen om garanties te geven met betrekking tot het niveau van het totale pensioeninkomen en de periode dat dit inkomen genoten kan worden.

Bij ondernemingen is er een duidelijke trend om het streven naar winst centraal te stellen. Een kostenpost, en bron van mogelijke onzekerheid, is hierbij het pensioen ten behoeve van de werknemers. Dit kan beperkt worden door enerzijds over te gaan tot middelloon regelingen in plaats van eindloon regelingen, en bovendien door onderdelen van de regelingen zodanig om te zetten dat er wel premies worden gestort, maar geen opbrengst meer wordt gegarandeerd, waarmee voor de onderneming geen onbekende kostenpost meer optreedt op het moment dat het pensioen daadwerkelijk genoten dient te worden.

De overheid heeft in deze kwestie ook een probleem, en wel de betaalbaarheid van de AOW. De groep 15-65 jarigen neemt steeds meer af ten opzichte van de groep 65-plussers, waarmee financiering van de AOW via een omslagstelsel steeds moeizamer zal worden. Een blik op de bevolkingsontwikkeling geeft een inzicht in hetgeen zich afspeelt. In 1960, 3 jaar na de invoering van de AOW, was de verhouding van de bevolking ouder dan 65 ten opzichte van de beroepsbevolking tussen 20 en 65, een percentage van 16.8% ( de zogenaamde “grijze druk”). In 2007 was dit percentage gestegen tot 23.6%. Daar ook de aanwas van de jeugd afneemt, zal onze bevolking verder vergrijzen met een verwacht percentage van ouderen boven de 65 in 2020 van maar liefst 33.5%. Het lijkt mij dat de conclusie dat de financiering van de AOW tegen die tijd een groot probleem is niet erg ver gezocht is. Aanvulling uit de algemene middelen zal nog verder uitgebreid dienen te worden, waarmee het hele systeem van de AOW een nog grotere druk op de totale overheidsuitgaven zal vormen.

Een overzichtelijker en betaalbaarder systeem voor de AOW zou gebaseerd moeten zijn op de realiteit van nu en niet op die van 50 jaar geleden, toen de AOW in 1957 zijn intrede deed. Een aanpassing van de AOW leeftijd naar de realiteit van vandaag lijkt mij dan ook noodzakelijk en aanvaardbaar. De leeftijdsverwachting is in 2007 ten opzichte van 1960 voor mannen met ruim 6 jaar toegenomen tot bijna 78, en voor vrouwen met 6.5 jaar tot bijna 82, waarbij de verwachting is dat in 2020 de levensverwachtingen nog verder zullen zijn toegenomen. Waarom is het dan onbespreekbaar om de AOW leeftijd op te trekken naar bijvoorbeeld 70 jaar in een periode van 20 jaar. Hiermee is niet gezegd dat mensen langer moeten werken tot zij de leeftijd van 70 hebben bereikt. Wel wordt hiermee gezegd dat eerder stoppen met werken een individuele beslissing is, waarvoor geen overheids financiering beschikbaar wordt gesteld. Als we aannemen dat van de groep 65 plussers 1/3 in de groep tot 70, zit zou dit in 2020 betekenen dat de grijze druk volgens deze leeftijdsgrens zakt van 33.5% naar 21.1%, een waarde die lager ligt dan de huidige waarde.

Vervolgens zou overwogen kunnen worden een andere kronkel op te lossen, namelijk het gedifferentieerde tarief voor de inkomstenbelasting in schijf 1 en 2 van box 1, waarbij voor personen boven de 65 jaar een lager tarief geldt. Het is prima dat iedereen vanaf een bepaalde leeftijd AOW krijgt, maar het zou niet meer dan redelijk zijn om deze AOW inkomsten als onderdeel van het totale inkomen te zien, die de grondslag vormt voor belastingheffing. Dit zou er toe leiden dat gepensioneerden en werkenden bij gelijke inkomsten ook een gelijk netto inkomen genieten. Dat heeft als consequentie dat gepensioneerden met een goed aanvullend pensioenen ook mee gaan betalen aan de financiering van de AOW die zij ook zelf genieten. Met het solidariteitsprinicpe in het achterhoofd, lijkt mij daar niet mis mee.

Nu lijkt de politiek zich vooral te willen richten op inspanningen om de participatie graad van de huidige potentiele beroepsbevolking te verhogen, daar de arbeidsdeelname van de 50-plussers nog sterk verbeterd zou kunnen worden. Daarna zou moeten worden gekeken naar het wegnemen van belemmeringen voor werknemers om ook na het 65ste levensjaar door te werken. De terechte en noodzakelijke inspanning met betrekking tot de participatiegraad is uitermate belangrijk, maar is in mijn ogen een ander probleem. Ik zie geen reden waarom beide zaken niet tegelijk kunnen worden aangepakt. Het feit van de vergrijzing ligt er.

Mijn conclusie is dat men hoe dan ook individueel meer initiatieven zal moeten nemen om na een werkzaam leven verder van een goede levensstanddaard verzekerd te zijn. Afhankelijkheid van AOW en bedrijfspensioen zijn onzeker. Bij de AOW zal er uiteindelijk iets moeten gebeuren met de hoogte van de AOW, het recht op AOW of de leeftijd waarop men AOW gaat genieten. Hoe langer de overheid wacht met maatregelen, des te pijnlijker zullen deze zijn. Bedrijfspensioenen worden steeds meer uitgekleed en krijgen meer de vorm van een fiscaal gefaciliteerde spaarpot met onzekere opbrengst.

Ik ben van mening dat een groot deel van de bevolking, waarvoor pensioeninkomsten boven het AOW niveau relevant is, prima in staat is goede en rationele beslissingen te nemen met betrekking tot noodzakelijk spaar en beleggingsgedrag, zeker als het hele systeem rondom het pensioen helder is en ontdaan van overbodige complexiteit.
De politiek zou met duidelijke en vastberaden voorstellen moeten komen om de AOW betaalbaar te houden en de rol van de AOW terug te brengen naar waar hij ooit voor bedoeld was. De collectieve lasten zouden daarmee kunnen dalen, terwijl de individuele spaarder / belegger in staat zal kunnen zijn tegen lagere kosten en met hogere flexibiliteit aan het noodzakelijke vermogen te werken.

1 comments:

Anoniem zei

Tot 70 jaar door werken is ietwat simpel. Er zijn legio beroepsgroepen waar dit voor 90% van de werknemers fysiek niet mogelijk zal zijn. Al deze mensen zul je moeten omscholen en dan is het nog maar de vraag of de werkgevers dan zitten te wachten op omgeschoolde 50+ ers. Dit zijn vaak ook de mensen die onvoldoende middelen hebben om een goed pensioen te kunnen opbouwen.
Laten we tevens de realiteit onder ogen zien dat we het hier hebben over een tijdelijk te kort wat we vanzelf weer zullen inlopen. Tot 70jaar werken is verre van noodzakelijk en als we de 50+er al praktosch niet meer aan het werk krijgen is het ook erg naïef te veronderstellen, dat dit de oplossing zou kunnen zijn. WW-premie niet afschaffen maar Nood AOW pot noemen en probleem is eigenlijk al binnen no time opgelost.