Vanaf vandaag, 16 juli 2010, kan er gehandeld worden in weekopties op de aandelen Arcelor Mittal, ING groep en Royald Dutch Shell. Voor de AEX-index bestaan er al weekopties sinds 2006, terwijl voor de AEX-index in 2008 zelfs dagopties geïntroduceerd werden. Door de introductie van weekopties op aandelen is het aanbod van opties door NYSE Liffe in Amsterdam weer verder uitgebreid, hetgeen naar mijn mening een positieve ontwikkeling is voor actieve beleggers. De weekopties zullen steeds op vrijdag geïntroduceerd worden en een looptijd hebben tot en met de volgende vrijdag. Behalve de looptijd zullen de weekopties dezelfde contractspecificaties hebben als standaard aandelenopties.
Als naar verschillen in karakteristieken tussen weekopties en maandopties wordt gekeken, valt te concluderen dat deze het grootst zijn bij opties waarbij de uitoefenprijs dicht bij de actuele koers ligt, de zogenaamde at-the-money opties of near-the-money opties. Het valt derhalve te verwachten dat de uitoefenprijzen van de wekelijkse te introduceren nieuwe series rond de op dat moment actuele aandelen koersen zullen liggen. Twee verschillen in karakteristieken van deze at-the-money en near-the-money opties springen er duidelijk uit.
Het eerste grote verschil van een weekoptie met een maandoptie is de mate waarin de optie in prijs verandert als gevolg van een prijsverandering van de onderliggende waarde.
Voor beide opties geldt dat op het moment dat deze expireert met een positieve intrinsieke waarde, de waarde van de optie gelijk zal zijn aan het verschil tussen de uitoefenprijs en de waarde van het onderliggende aandeel op dat moment. In andere gevallen expireert de optie waardeloos. Door de veel kortere looptijd van de weekoptie zal echter de prijs die voor de optie betaald moet worden lager zijn dan bij een maandoptie. Het hefboomeffect van de weekoptie is dus hoger dan het hefboomeffect van de maandoptie. Dit hogere hefboomeffect is met name interessant voor beleggers met een koersvisie op de zeer korte termijn. Met een relatief geringe investering kunnen snel aantrekkelijke rendementen worden gerealiseerd, bij relatief kleine procentuele bewegingen van de onderliggende aandelenkoers. Indien de visie verkeerd blijkt te zijn, betekent het uiteraard ook dat de waarde van de optie snel naar nul kan gaan.
Kopers van weekopties zullen dus met name speculatief ingestelde beleggers zijn met een duidelijke zeer korte termijn visie.
Een ander groot verschil tussen een optie met een looptijd van een week en een optie met een looptijd van een maand is de mate waarin de tijds- en verwachtingswaarde verdampt. Ook dit is weer van toepassing op opties waavan de uitoefenprijs dicht bij de actuele waarde ligt. Deze opties houden relatief lang hun tijdswaarde vast en verliezen deze waarde pas heel snel bij het naderen van de expiratiedatum. Doordat de looptijd van de weekoptie zo kort is, zal deze optie dan ook veel en snel tijdswaarde verliezen.
Dit is met name interessant voor verkopers van opties die deze tijdswaarde willen incasseren. Zij zullen dit vooral doen door tegengestelde posities in te nemen, die zo richtingsneutraal mogelijk zijn, maar optimaal kunnen profiteren van het verval in tijdswaarde.
Het zal voor zowel kopers als verkopers niet eenvoudig zijn om structureel geld te verdienen met weekopties. Voor beide partijen geldt dat zowel de bied-laat spread als de transactiekosten terugverdiend dienen te worden alvorens er sprake is van een positief netto resultaat. Het zal de lezer dan ook niet verbazen dat deze opties uiterst interessant zijn voor de uitgevende instanties en de brokers via wie de opties verhandeld worden.
Desalnietemin ben ik van mening dat weekopties in bepaalde omstandigheden ook voor beleggers zeer interessant kunnen zijn. Ik zal hier een volgende keer op terug komen.
vrijdag 16 juli 2010
Weekopties op aandelen
Posted by
Adrianus
at
14:07
0
comments
maandag 19 april 2010
Afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, graag zo snel mogelijk!
Vorige week is door de Studiecommissie Belastingstelsel een advies gebracht aan de minister van Financiën over mogelijke herzieningen van het Nederlandse belastingstelsel. De minister heeft vervolgens het rapport naar de Eerste en Tweede Kamer gezonden. Ik ben erg benieuwd of dit tot nieuwe inzichten zal leiden, want in het rapport wordt ondubbelzinnig gepleit voor afschaffing van de hypotheekrenteaftrek in combinatie met een verlaging van de tarieven van de inkomstenbelasting. Ook geeft het rapport enige interessante inzichten in welke schouders op dit moment al de lasten dragen en het effect van een verhoging van de belastingtarieven, zoals door enige partijen bepleit wordt.
De discussie over de hypotheekrenteaftrek lijkt op dit moment in de politiek alleen maar te gaan over hoeveel en hoe snel het een bijdrage kan leveren aan het oplossen van de financieringstekorten van de overheid. Gemakshalve lijkt dan vergeten te worden dat de hypotheekrenteaftrek ook positieve effecten heeft voor de overheid via hoge grondprijzen en veelal meegefinancierde overdrachtsbelasting. Afschaffing van de hypotheekrenteaftrek als onderdeel van een efficiënter belastingstelsel en als middel tot simplificering van het belastingstelsel, lijkt van geen enkele partij nog aandacht te hebben.
De studiecommissie heeft een heldere aanbeveling; stop de subsidie op de eigen woning en beeindig het overstimuleren van eigen woningbezit. Laat dit wel gepaard gaan met een verlaging van de tarieven in de inkomstenbelasting. Het zou bijzonder nuttig zijn, indien het huurwaardeforfait en de overdrachtsbelasting ook meegenomen zouden worden bij een dergelijke ingrijpende stelsel wijziging. Naast een zeer wenselijke simplificering van het belastingstelsel zal dit ook leiden tot betere keuzes bij het spaargedrag van mensen, hetgeen beleggers zeker zal aanspreken.
Op dit moment is de inkomstenderving voor de overheid als gevolg van het huurwaardeforfait en de de hyptheekrenteaftrek ongeveer 10 miljard euro, terwijl de inkomsten uit de loon- en inkomstenbelasting voor 2010 geschat zijn op ruim 44 miljard euro. Met de overdrachtsbelasting is een kleine 3 miljard euro gemoeid, waarmee het duidelijk moge zijn dat de inkomstenbelastingtarieven substantieel zouden kunnen dalen, bij een rationalisering van huurwaardeforfait, overdrachtsbelasting en hypotheekrenteaftrek.
Enige politieke partijen stellen onomwonden dat de hypotheekrenteaftrek een subsidie voor rijken is, en dat de sterkste schouders nog meer de zwaarste lasten dienen te dragen. Door de PvdA wordt gepleit voor een solidariteitsbijdrage via een belastingtarief van 60% voor inkomens boven de 150,000 euro. De SP pleit vanaf dit bedrag voor een percentage van 65%, terwijl het hoogste reguliere tarief verhoogd zou moeten worden van 52% naar 55%. Ik vraag mij echter af waarop zij baseren dat de sterkste schouders niet nu al in ruime mate meebetalen aan de collectieve lasten. Door de Studiecommissie wordt aangegeven dat mensen die in de hoogste 10% vallen voor de inkomstenbelasting, 49% betalen van de totale inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Ook is deze groep goed voor 98% van de belastinginkomsten in box 2, en 62% van belastinginkomsten in box 3.
Naar mijn mening valt er derhalve wel iets te zeggen voor de conclusie van de Studiecommissie over het effect van het instellen van een hoger toptarief, namelijk dat het vooral symbolisch werkt. Optisch zal er sprake zijn van nivellering, terwijl de opbrengsten laag zullen zijn en de negatieve effecten op de arbeidsmarkt, in verhouding tot de opbrengst, gering.
Het is op termijn ook niet vol te houden om overheidstekorten meer en meer af te wentelen op de “rijken”, waarbij men in Nederland al vrij snel onder die definitie valt. Bij een inkomen van 1.2 maal modaal zit men al aan het toptarief van 52%, terwijl men in box 3 al vermogend is vanaf een bedrag van ruim 20,000 euro, waarbij het vreemd is dat een eigen woning niet als vermogen wordt aangemerkt. De overheid zal er niet aan ontkomen om ervoor te zorgen dat de kosten van de samenleving door een brede samenleving gedragen worden. Indien de kosten te hoog dreigen te worden zullen kosten moeten worden bespaard en keuzes worden gemaakt. Symboolpolitiek leidt tot niets en maatregelen die over decennia gefaseerd worden, zoals wellicht de hyptheekrenteaftrek, maar ook de voorstellen voor de AOW, zijn een zwaktebod van de politiek, waarvoor met name de jongere generatie de rekening zal mogen betalen.
Posted by
Adrianus
at
18:11
0
comments
maandag 4 januari 2010
De AEX index in 2010
Na het einde van een beursjaar wordt er graag teruggekeken naar de prestaties van de verschillende fondsen en indices en worden er vele lijstjes gemaakt, waar op een of andere manier prestaties worden vergeleken. De stille wens is uiteraard om uit deze historische gegevens iets te leren waarmee we de toekomst kunnen voorspellen, waardoor we mooie rendementen kunnen halen c.q. ons kunnen behoeden voor beleggingsverliezen. Ik wil dit jaar niet achterblijven en heb een tabel gemaakt welke moet helpen de prestaties van de AEX index in 2010 te voorspellen. De tabel ziet er als volgt uit:

Allereerst is in de tabel is gekeken naar de ultimo stand van de AEX-index vanaf 1994, gevolgd door de procentuele verandering van de index in dat jaar. Het blijkt dat de index in 11 jaren is gestegen en in 4 jaren is gedaald ten opzichte van de ultimo stand van het voorgaande jaar. Wat we al wisten zien we hier ook zeer duidelijk; de daling van de index in 2008 van 52.3% is de slechtste prestatie van de AEX-index in de afgelopen 15 jaar. Verrassend is dat de stijging van de index in 2009 niet de beste prestatie van de onderligende periode is. Dit komt echter, omdat in de eerste maanden van 2009 de index nog fors gedaald is. De stijging van de index vanaf het dieptepunt van 199.25 op 9 maart 2009 tot de ultimo stand van 2009 was met 68.3% wel degelijk van een uitzonderlijke orde, welke we in ieder geval in de laatste 15 jaar niet meer gezien hebben.
De vraag die tot het maken van de tabel leidde was echter of we er vanuit mogen gaan dat dat op basis van de ultimo stand, en de prestaties van de beurs in de voorliggende periode, we mogen verwachten dat de beurs verder zal stijgen in het nieuwe jaar. Wat we kunnen lezen in de tabel is dat in 14 van de 15 beschouwde periodes, de index op enig moment in het jaar een waarde bereikte die lager was dan de voorgaande ultimo stand. Gemiddeld was die daling maximaal 15.8% en werd bereikt na 135 kalenderdagen, ofwel zo'n 4-5 maanden. De afwijkingen van de waardes ten opzichte van de gemiddelden zijn echter fors, dus qua niveau en timing kan niet teveel waarde worden gehecht aan deze gemiddeldde waardes. Het feit dat in zoveel periodes de index in het nieuwe jaar op enig moment een lagere stand bereikte dan de ultimo stand van het voorafgaande jaar mag tenminste als een waarschuwing woren opgevat voor de korte termijn koersontwikkelingen.
Een lange termijnbelegger die voorspellende kracht wil toekennen aan de gepresenteerde data zou zijn schouders kunnen ophalen, door te stellen dat ook in 14 van de 15 periodes de index een maximale waarde bereikte die hoger was dan de voorafgaande ultimo stand. De kunst is dan natuurlijk wel om daarvan te profiteren, want het is slechts weinigen gegeven om deze maximale stand te herkennen op het moment dat deze zich voordoet.
Concluderend zou ik beleggers aanraden op hun hoede te zijn, zeker na de fenomenale stijgingen van de index in de afgelopen 9 maanden. Er is zeker een kans dat een correctie zal plaatsvinden, en de geschiedenis heeft ons getoond dat dit ook meestal gebeurt in een nieuw jaar. Hoe groot de correctie, indien deze zich voordoet, dan zal zijn laat zich moeilijk raden, maar een daling van ongeveer 5%-10% op redelijk korte termijn lijkt niet onmogelijk.
Posted by
Adrianus
at
13:35
0
comments
vrijdag 11 december 2009
Einde inschrijvingsperiode claims ING
Komende dinsdag, 15 december om 13:15 eindigt de periode waarin gehandeld kan worden in claims ING, waarna om 15:00 de inschrijvingsperiode voor nieuwe certificaten eindigt. Het is dus zinvol om tijdig bij bank/broker te controleren wat de inschrijvingsprocedure is om niet voor vervelende verrassingen te komen staan. Normaal gesproken zouden alle claims die men in portefeuille heeft en waarvoor niet is ingeschreven op nieuwe certificaten, dienen te worden afgerekend tegen de eindkoers van de claims, maar controleer dit bij bank of broker. Het is mogelijk dat men een expliciete beslissing van U verwacht. Wilt U geen gebruik maken van het claimrecht, dan wordt het langzamerhand tijd om de claims die U nog in bezit heeft te gaan verkopen.
Lees verder....
Posted by
Adrianus
at
17:01
0
comments
vrijdag 27 november 2009
De waarde van een claim ING
Vandaag zijn de condities bekendgemaakt waartegen ING nieuwe aandelen zal uitgeven. Via een claimemissie zullen bestaande aandeelhouders voor elke 7 aandelen die zij hebben 6 nieuwe aandelen mogen kopen tegen een waarde van €4.24. Vanaf maandag 30 november zullen deze claims verhandelbaar zijn en de vraag is natuurlijk wat deze claims waard zouden moeten zijn. Op dit moment kan alleen een theoretische waarde worden berekend, waarbij de aanname wordt gemaakt dat de emissiekoers voor de nieuwe aandelen marktconform is. Mijn berekening gaat dan als volgt:
Via de claimemissie zullen 1,768,412,544 nieuwe aandelen worden uitgegeven. Het bestaande aantal aandelen zal derhalve 2,063,147,968 zijn, vanwege de verhouding 6 nieuwe aandelen per 7 bestaande aandelen. De koers van de nieuwe aandelen is vastgesteld op basis van de slotkoers van gisteren, die €8.916 bedroeg. Daarmee had ING gisterenavond een marktwaarde van €18.395 miljard. Hier komt via de claimemissie €7.5 miljard bij, zodat de totale marktwaarde van de aandelen na de claimemissie €25,895 miljard bedraagt, bij een uitstaand aandelenkapitaal van 3,831,560,512 aandelen, na de claimemissie. Dit zou een waarde per aandeel vertegenwoordigen van €6.758. Deze waarde van €6.758 is een verschil van €2.158 met de slotkoers van gisteren. Dit verschil moet goed gemaakt worden door de waarde van de claims, wat betekent dat een claim een waarde van €2.158 zou moeten hebben op basis van de slotkoers van gisteren.
Uiteraard is dit een theoretisch verhaal, en zal de markt zich een oordeel moeten vormen over de nieuwe situatie die optreedt door de claimemissie en de aflossing van verplichtingen aan de overheid. Er komt immers wel een einde aan een gedeelte van de verplichtingen aan de overheid die als duur worden ervaren. De keerzijde hiervan is dat de toekomstige resultaten met veel meer aandeelhouders gedeeld zullen moeten worden.
Vanaf het moment dat de claims verhandeld worden zullen marktpartijen die tegen zeer lage kosten kunnen arbitreren opletten of de waarde van de claims niet uit de pas gaat lopen met de waarde van de aandelen. Er zou immers een mechanische relatie moeten zijn tussen de waarde van een claim en de waarde van een aandeel, die als volgt luidt:
C = (S - 4.24) x 6/7
Hierbij representeert C de waarde van een claim en S de waarde van het aandeel. Met de reeds eerder bepaalde waarde van een claim van €2.158 en de waarde van het aandeel van €6.758 is deze relatie in evenwicht. Stel nu dat maandag deze waardes niet met elkaar in de pas lopen en de aandelenkoers bijvoorbeeld €6.80 is, terwijl de waarde van een claim €2.15 is.
In deze situatie kan een marktpartij besluiten om 6,000 aandelen ING te verkopen en dus short te gaan. Hiervoor zal hij een bedrag van €40,800 ontvangen. Tegelijkertijd koopt hij ook 7,000 claims voor een bedrag van €15,050. Hiermee heeft hij een netto ontvangst van €25,750. Op het moment dat de claims afgewikkeld worden, betaalt hij 6,000 x €4.24 voor de aandelen, ofwel €25,440. Bij ontvangst van de aandelen wordt zijn shortpositie opgeheven, en heeft hij nog een bedrag van €25,750 - €25,440 ofwel €310 over. Na aftrek van transactiekosten is dit een risicovrije winst. Het is niet aannemelijk dat dergelijke buitenkansjes lang zullen bestaan of substantieel zullen zijn, waardoor verwacht mag worden dat de mechanische verhouding redelijk in stand zal blijven.
Posted by
Adrianus
at
11:42
5
comments
donderdag 26 november 2009
Een evenwichtigere verhoging van de AOW leeftijd
Volgens de kabinetsvoorstellen zal de AOW leeftijd in twee stappen verhoogd worden. Eerst in 2020 naar 66 jaar en daarna in 2025 naar 67 jaar. In mijn vorige post heb ik al aangegeven dat ik me niet kan voorstellen dat daarmee de toekomstige financiering van de AOW gewaarborgd zal zijn. Ik wil hier echter niet aan de orde stellen of de maatregelen wel voldoende zijn, maar de onrechtvaardigheid van de wijze waarop deze verhogingen tot stand komen.
Zoals het er nu naar uitziet zullen mensen die eind 2009 de leeftijd van 55 hebben bereikt volledig buiten schot blijven. Zij zullen in 2019, wanneer zij de leeftijd van 65 jaar bereiken, recht op een AOW uitkering krijgen. Voor diegenen die eind december nog geen 55 jaar oud zijn, maar wel de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt, is de situatie iets minder gunstig, daar zij vanaf 2020 pas op 66-jarige leeftijd recht krijgen op een AOW uitkering. Voor iedereen die jonger dan 50 is aan het eind van dit jaar zal gelden dat zij op 67-jarige leeftijd pas aanspraken zullen hebben op een AOW uitkering.
Het verbazingwekkende van deze voorstellen van de regering zit hem voor mij in het feit dat grote financiële verschillen gecreëerd worden, terwijl wij in dit land juist altijd enorm bezig zijn met correcties, toeslagen, kortingen en dergelijke om effecten van beleid te compenseren en ongewenste situaties te corrigeren. De regering gebruikt als argument dat een andere wijze van invoering tot hoge kosten zou leiden en ongewenst is, maar dit lijkt mij klinklare onzin. We hebben al zoveel complexiteit bij de uitvoering van allerlei wetten en regels, en dan zou juist bij deze regeling, waarbij de onrechtvaardigheid zo enorm is, een eenvoudig systeem moeten worden gehanteerd.
De onrechtvaardigheid op individuele basis is vrij simpel aan te geven door te vergelijken hoeveel AOW zal worden ontvangen in de periode van 5 jaar vanaf het behalen van de 65-jarige leeftijd. Iedereen die volledige AOW rechten heeft opgebouwd en die nu jonger is dan 50 jaar, zal in deze periode slechts 3 jaar recht hebben op een AOW uitkering. Bij een leeftijd ouder dan 50 jaar, maar jonger dan 55 jaar zal dit 4 jaar zijn en iedereen die eind dit jaar 55 jaar of ouder is zal voor deze periode gewoon, net als nu het geval is, 5 jaar recht hebben op een AOW uitkering. Door de simpele aanname te doen dat de contante waarde van toekomstige AOW aanspraken gelijk is aan de huidige AOW aanspraken, kunnen we zien hoe hoog de waarde is van de te ontvangen AOW in de 5 levensjaren vanaf een leeftijd van 65 jaar:

Een verschil in leeftijd van 5 jaar en 1 dag kan leiden tot een bruto inkomensverschil van ruim 24,000 Euro, terwijl een verschil van een dag kan leiden tot een verschil van ruim 12,000 Euro. Degene die immers op 31 december 1959 geboren is, zal vanaf 1 januari 2026 op 66-jarige leeftijd een AOW uitkering gaan krijgen, terwijl degene die een dag later op 1 januari 1961 geboren is, nog een jaar langer zal moeten wachten.
Zelfs als een disconteringsvoet wordt gehanteerd die hoger is dan de verwachte inflatiecorrectie van de uitkeringen zal het verschil nog duizenden Euro’s zijn tussen de verschillende leeftijdsgroepen.
De enige wijze om een zo eerlijk mogelijke verhoging van de AOW leeftijd door te voeren is naar mijn mening een geleidelijke verhoging, waarbij de pijn evenwichtig verdeeld wordt over de verschillende leeftijdsgroepen. Indien de overheid van mening is dat een 49-jarige 2 jaar langer door kan werken, lijkt het mij niet onrealistisch om te veronderstellen dat een 55-jarige ook wel tenminste enige maanden langer door zou kunnen werken.
Om de besparingen te behalen die de overheid voor ogen heeft zal bij een geleidelijke verhoging van de AOW leeftijd de aanvang van de verhoging eerder moeten beginnen dan 2020. Op basis van de gegevens van het CBS kan een alternatieve verhoging van de AOW leeftijd bepaald worden die ongeveer kosten neutraal is ten opzichte van de overheidsplannen. De aanname is hierbij dat de bevolkingsdemografische voorspellingen van het CBS als uitgangspunt kunnen worden genomen.
Voor de periode tot 2050 zullen de kabinetsplannen leiden tot een besparing van ongeveer 12 miljoen potentiële AOW jaren ten opzichte van de huidige AOW regeling. Op basis van een jaarlijkse besparing van 4 miljard Euro in 2025, zou dit een totale besparing zijn van ruim 100 miljard Euro op basis van het huidige prijspeil. Een vergelijkbare besparing zou ook kunnen worden bereikt door vanaf 2011 de AOW leeftijd elk jaar met 1 maand te verhogen tot in 2034 een AOW leeftijd van 67 jaar wordt bereikt. Dit betekent dat een 63-jarige 1 maand langer door zou mogen werken, terwijl mensen van 40 jaar en jonger pas te maken krijgen met een AOW leeftijd van 67 jaar. Volgens dit schema worden ongeveer evenveel AOW maanden bespaard als in het kabinetsplan, en zou dus de besparing vergelijkbaar moeten zijn. In de volgende grafiek worden de verschillen getoond.

Een groot voordeel is nu dat het gevoel van onrecht voor een 49-jarige of 54-jarige nu vele malen kleiner is. Het verschil met iemand die maximaal een jaar jonger of ouder is, zal nu slechts 1 maand AOW zijn, terwijl het extreme verschil van 24,000 Euro zoals eerder hierboven was beschreven, gereduceerd is tot maximaal 6 maanden.
Posted by
Adrianus
at
16:01
1 comments
dinsdag 24 november 2009
Bevolkingsdemografie, grijze druk en de AOW
De door de overheid voorgenomen verhoging van de AOW leeftijd van 65 naar 67 heeft tot vele discussies geleid, waarbij het er vooralsnog op lijkt dat de voorstanders van verhoging in de meerderheid zijn, althans in de tweede kamer. Tegenstanders van de verhoging zijn juist van mening dat er een maatschappelijke meerderheid tegen de verhoging van de AOW leeftijd is. Ook de wijze waarop de verhoging van de pensioenleeftijd volgens de regering tot stand zou moeten komen kan op veel kritiek rekenen.
Om een oordeel te vormen over een al dan niet noodzakelijke verhoging van de AOW leeftijd lijkt het nuttig om te beginnen bij de demografische ontwikkeling van de bevolking in Nederland. Op de website van het CBS zijn hiervoor uitstekende gegevens te vinden, waarmee verschillende situaties goed gesimuleerd kunnen worden. Op de volgende grafiek is te zien hoe volgens het CBS de bevolking van Nederland zich de komende 40 jaar zal ontwikkelen:
Duidelijk is te zien dat de groep jongeren van 0 tot 20 redelijk stabiel blijft met een geringe afname van ongeveer 3.9 miljoen inwoners in 2010 naar 3.7 miljoen inwoners in 2050. De groep van 20 tot 65, die veelal als de potentiële beroepsbevolking wordt gezien neemt duidelijk af, waarbij slechts rond 2040 enige stabilisering plaatsvindt. Dan heeft inmiddels een afname plaatsgevonden van 10.3 miljoen naar 9.4 miljoen potentiële arbeidskrachten. Bij de groep vanaf 65 is een sterke toename te zien van nu 2.5 miljoen naar 4.5 miljoen in 2040, waarna weer een stabilisering zal plaatsvinden.
In 2010 zullen er per oudere vanaf 65 jaar ongeveer 4 mensen zijn in de leeftijd 20 tot 64 jaar. De term die daarvoor gebruikt wordt is de zogenaamde grijze druk, de verhouding tussen de 65-plussers en de potentiële beroepsbevolking. Met de verhouding van 1 op 4 bedraagt deze nu dus ongeveer 25%. In de grafiek kunnen we zien dat, bij een onveranderde situatie met betrekking tot de AOW leeftijd, de grijze druk een sterke stijging laat zien tot 2040 wanneer de grijze druk het hoogst zal zijn met een waarde van ongeveer 49%. Dit betekent dat op dat moment er voor elke 65-plusser nog slechts twee mensen in de leeftijd van 20 tot 64 zijn. Bij de invoering van de AOW in 1957, waren er in de groep van 20-64 jarigen nog 6 personen per 65-plusser. Het zal duidelijk zijn dat bij een dergelijke verandering in de verhoudingen er spanning ontstaat in een financieringswijze van de AOW via een omslagstelsel.
Bij de huidige kabinetsvoorstellen zal een eerste wijziging in de AOW leeftijd ingaan in 2020. Op dat moment zal de grijze druk al zijn toegenomen tot bijna 35%. Concreet betekent dit dat er dan al bijna 800,000 meer 65-plussers zijn bij een potentiële beroepsbevolking die dan met 200,000 geslonken zal zijn. Indien alle 65 jarigen dan toch in het arbeidproces zouden blijven, zou het tekort in de beroepsbevolking gecompenseerd kunnen worden, maar zouden er toch nog steeds 600,000 meer mensen zijn die aanspraak maken op een AOW uitkering dan nu het geval is.
Op dit moment kan de AOW al niet meer via een omslagstelsel gefinancierd worden en is een bijdrage uit de algemene middelen noodzakelijk. Bij gelijkblijvende premie afdrachten zal de benodigde bijdrage ter financiering van de AOW elk jaar groter worden, hetgeen naar mijn mening tot een onhoudbare financiële situatie zal leiden.
Een interessante manier om naar de problematiek te kijken is door te stellen dat de huidige financiële situatie van de AOW gehandhaafd dient te worden en dat de grijze druk niet boven de 25% uit mag komen. Dit zou betekenen dat van de gehele bevolking van 20 jaar en ouder, 20% AOW gerechtigd zou kunnen zijn, en dat dit gerealiseerd dient te worden door een gestage stijging van de AOW leeftijd . De volgende grafiek laat zien, hoe de AOW leeftijd jaarlijks verhoogd dient te worden om aan een maximale grijze druk van 25% te voldoen:
Het is duidelijk te zien dat de verhoging van de AOW leeftijd in een dergelijk scenario snel dient te stijgen. In het jaar 2020, wanneer de overheid de AOW leeftijd wil verhogen naar 66, zou volgens dit scenario de AOW leeftijd al bijna 69 jaar moeten zijn, terwijl in 2025, wanneer volgens de overheidsplannen de AOW leeftijd zou stijgen naar 67 jaar, deze volgens dit scenario al ruim 70 jaar zou dienen te zijn. In 2050 zou het recht op AOW pas kunnen beginnen bij een leeftijd van 73.5 jaar. De voorgenomen verhogingen door de overheid van de AOW leeftijd lijken welhaast in het niet te vallen bij de verhogingen van de AOW leeftijd die nodig zijn om de betaalbaarheid van de AOW op hetzelfde niveau te houden als nu.
Een snel begin van de verhoging van de AOW leeftijd lijkt logisch te zijn, waarbij een geleidelijke jaarlijkse verhoging het beste tred houdt met de noodzakelijke verhogingen. Uitstel van de verhoging van de AOW naar 2020 en verder, betekent alleen dat de rekening meer naar de jonge generaties zal worden verschoven en dat de betaalbaarheid van de AOW alleen maar meer in de verdrukking zal komen.
Posted by
Adrianus
at
19:37
2
comments